Stedelijk College Eindhoven  | Welkom
 
 

Inrichting van het onderwijs

 

Schema schoolorganisatie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In het schema zijn de schoolorganisatie en de doorstroommogelijkheden weergegeven. De pijlen in het schema geven de doorstroommogelijkheden aan. Naast de in het schema opgenomen opleidingen kent het Stedelijk College Eindhoven nog de Eerste Opvang Anderstaligen en de International Secondary School Eindhoven.

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

Veranderingen in het voortgezet onderwijs


De laatste jaren verandert er veel in het voortgezet onderwijs: herziene kerndoelen voor de nieuwe onderbouw, vernieuwde tweede fase vwo/havo en leerwegen en sectoren in het vmbo. De wenselijkheid van deze veranderingen komt voort uit:

  • veranderende inzichten over wat leren op school inhoudt. De rol van de docent in de overdracht van kennis is veranderd. De aandacht voor zelfstandig leren is sterk op de agenda komen te staan;
  • de behoefte aan een betere aansluiting op het vervolgonderwijs; 
  • nieuwe eisen, die de samenleving stelt. Kennis veroudert snel en het is daardoor, maar ook door de enorme toename van de hoeveelheid informatie en het aantal communicatiemiddelen, van belang dat mensen leren met grote hoeveelheden informatie om te gaan en met informatie- en communicatietechnologie.

De veranderingen in de nieuwe onderbouw, de tweede fase havo/vwo en vmbo zijn gebaseerd op dezelfde algemene uitgangspunten:

  • actief en zelfstandig leren van leerlingen; 
  • brede ontwikkeling en brede persoonlijke en maatschappelijke vorming;
  • rekening houden met verschillen tussen leerlingen.

Iedere individuele school kan eigen accenten leggen vanuit een gedragen visie op onderwijs.

 

De Nieuwe Onderbouw


Het onderwijs in de eerste twee leerjaren van het vmbo en de eerste drie leerjaren van het havo en vwo wil de school goed aan laten sluiten bij het primair onderwijs en moet leerlingen goed voorbereiden op de 2e fase van het voortgezet onderwijs. Rekening houdend met verschillen tussen leerlingen, heeft de school in de Nieuwe Onderbouw de leerlingkenmerken als uitgangspunt genomen. Daardoor is een onderwijsprogramma tot stand gekomen, waarin de leerling meer gemotiveerd kan raken en waarbij zelfstandigheid, invloed op het eigen leerproces, samenwerkend leren en procesgericht leren sleutelwoorden zijn. Er is uitgegaan van een drietal contexten: de persoonlijke context (persoonlijke ontwikkeling, de ontwikkelingsfase van puber naar jong volwassene), de maatschappelijke context (goed maatschappelijk functioneren nu en later) en de leerpsychologische context (leren in samenhang, opnemen en toepassen van kennis). Elke opleiding en elk team geeft op basis van bovenstaande principes een eigen invulling aan het onderwijs aan zijn leerlingen. Zo zijn op de locatie Henegouwenlaan plusuren ingevuld; bestaat er de mogelijkheid in het havo/vwo om als 2e moderne vreemde taal te kiezen uit Duits, Frans en Spaans en kunnen leerlingen in het vmbo drama, muziek en lichamelijke opvoeding als eindexamenvak kiezen en ligt het accent meer op het verwerven van praktische vaardigheden. Op de Avignonlaan staat in de onderbouw de ontwikkeling van de horizongebieden centraal. Een onderwijsconcept voor een brede sector-oriëntatie. Deze gebieden omvatten ruim 25% van de lestijd. “Doen waar je goed in bent…”, met als speerpunt: de leerling en zijn plek in de maatschappij. Wekelijkse lessen praktisch ervaren binnen bepaalde gebieden, die de talenten van leerlingen ondersteunen. Met keuze uit een aantal programma's, gericht op loopbaan en studiekeuze: LifeStyle, SportPlaza, TechnoWorld en TheaterFabriek. In alle teams wordt er naast de ‘traditionele’ lessen projectmatig gewerkt, waarbij vakoverstijgende thema’s die aansluiten bij de interesse van de leerlingen het uitgangspunt zijn. Leidend voor deze ontwikkelingen zijn steeds de principes van adaptief onderwijs, dat ervan uitgaat dat ontwikkelingsgericht onderwijs alleen gerealiseerd kan worden als er rekening gehouden wordt met een drietal basale menselijke behoeften:

 

  • relatie: docenten bevorderen het gevoel van veiligheid en vertrouwen bij alle leerlingen;
  • competentie: docenten versterken het zelfvertrouwen van alle leerlingen en sprekenleerlingen aan op wat ze kunnen;
  • autonomie: docenten laten leerlingen wat ze zelf kunnen ook zoveel mogelijk zelf doen.